Blog

Roparun 2018: I’ll rise up, and I’ll do it a thousand times again

All we need is hope
And for that we have each other

Roparun 2018. ‘Een avontuur voor het leven.’ De slogan van de Roparun en misschien ook wel het best in woorden samengevat wat de Roparun is. Ondanks dat ik nog steeds maar met moeite in woorden kan vangen wat mijn Roparun was, zal ik dat hier nu toch proberen.

I’ll rise up, I’ll rise like the day

Vrijdagochtend 18 mei. De tassen staan klaar in de kamer. De laatste toiletspullen stop ik er nog snel bij en leg vast alles in de auto. Michiel is in alle vroegte al samen met Kim richting Aalsmeer vertrokken. Ik vertrek later. Ik wil zelf nog even Tara naar school brengen en in alle rust afscheid nemen. Om 8.30 stap ik dan ook in de auto en vlak voordat het ‘konvooi Hollander’ vertrekt, rij ik het terrein van de brandweerkazerne in Aalsmeer op. Snel nog naar de wc, een bak koffie en een groepsfoto en dan het kleine busje in. Opgewekt en vol adrenaline gaan we op pad. Niet wetend dat het plan om een lekkere lange laatste nacht te maken, vlak voor Hamburg de prullenbak in kan. Al snel wordt duidelijk dat de geplande aankomst om 1700 uur in Hamburg niet haalbaar is. Sterker nog, we zijn uitgeput en opgelucht als we door een extreme file iets voor 20.00 uur de parkeerplaats van het hostel in Hamburg oprijden. Om 22.00 uur is daar eindelijk ook de touringcar en is het team compleet. De kamers worden snel verdeeld en we wandelen naar het restaurant dat ons zonder morren een uur later nog 24 heerlijke warme maaltijden voorschotelt. Snel terug naar het hostel en de stapelbedden in. Slapen. Nu het nog kan.

I’ll rise up, I’ll rise unafraid

Zaterdag 19 mei. Ik mag niet klagen. Best lekker geslapen. Ik stap onder een heerlijke warme douche en was met extra veel zorg mijn haren. Ik weet dat dit waarschijnlijk tot maandagnacht mijn laatste douche zal zijn, dus ik blijf net wat langer staan. Ik breng zorgvuldig mijn mascara aan en hoop dat deze er over dik 48 uur nog op zal zitten. De kamers moeten leeg en we ontbijten met het team. Het routeboek wordt met de chauffeurs nog een keer doorgenomen en de fietsen weer op de busjes gemonteerd. Ik besluit zoveel mogelijk te blijven zitten en wacht rustig tot we vertrekken. Dit keer naar het startterrein zo’n 40 kilometer verderop. We rijden het terrein op, dat inmiddels vol staat met touringcars, busjes, fietsen, wc-wagens en vrachtauto’s. Er staan zelfs al teams klaar om te vertrekken richting Rotterdam. Wij starten laat en hebben dus alle tijd om een tijdelijk bivak te maken. Iedereen gaat een beetje zijn eigen gang. Ik maak mijn spullen klaar voor in het busje, ik vraag Suzanne vast mijn linkerbeen los te masseren en we kijken naar de live beelden van de ‘Royal Wedding’. Tijd om pasta te eten bij de startboog. Hier zie ik voor het eerst live de teams vertrekken. Wat een feest! Nog 2 uur tot we daar zelf staan. Terug bij het bivak wil ik even rust. Ik trek me terug in het busje en luister wat naar muziek. Michiel roept ons bij elkaar voor een korte instructie over de start. We doen de startnummers om en gaan met de rest van het team terug naar de start.

We dansen. We springen. We huilen. We omhelzen. Er wordt afgeteld. Daar staan we. Monique, Michiel, Alex, Paul, Cries en ik.

Daar gaan we. Met kippenvel op mijn armen lopen we door de confetti slierten en gedragen door het applaus van ons team en alle vrijwilligers zijn we na een kort rondje over het startterrein bij het busje. Alleen Michiel loopt nog een kilometer door en wij stappen in bij Kim en Johan. Het is begonnen. Roparun 2018 is eindelijk begonnen.

I’ll rise up, high like the waves

We zijn op weg naar Steddorf. De zon schijnt nog volop en we vinden langzaam ons ritme. We hebben een vaste volgorde. Michiel, ik, Alex, Moon en dat proberen we de gehele etappe vast te houden. In deze etappe zitten ook wat stukken Run Bike Run, en alhoewel ik me daar van te voren best druk over heb gemaakt, loopt dit als een trein. We lopen de nacht in, de lichtvestjes gaan aan. De sfeer is top. De benen voelen goed en de kilometers vliegen voorbij. De zon zakt langzaam en ik geniet met volle teugen van het mooie avondlicht. De eerste etappe zit erop. We zien het andere team staan. Alex geeft Niels een knuffel en eindelijk mag ook Team A beginnen. Ik pak snel mijn handdoek en ga onder een partytent op de bank van Suzanne liggen. Tegelijkertijd eet ik een tosti. We kunnen hier bij dit bivak gelukkig even plassen en daarna zoekt iedereen snel een matrasje in de touringcar. Mijn lief ligt een paar matrasjes verderop. We kijken elkaar nog even aan. Ik voel dat de bus gaat rijden. Dit is raar. Gewoon maar aan toegeven. Ik zie wel waar ik straks uitstap.

Het is 2.00 uur ’s nachts. Bettine maakt ons in Bremen wakker. Ik ruim snel mijn slaapzak en kussen op en stap met mijn bustasje de bus uit. Het is pikkedonker. We staan langs een weg. Binnen in een kano-loods, tenminste ik denk dat dat het was, want ik zie heel erg veel kano’s, staat Suzanne klaar met de massage tafel. Ik probeer een halve pannenkoek weg te krijgen en wat koffie. Je kan hier douchen, maar het pakken van een handdoek en zeep is al te veel. Ik staar mijn tijd wel uit. We wachten op team A, en na een wissel is Michiel weer als eerste loper weg. We stappen in het busje en komen al snel weer in een ritme. Ditmaal lopen we de dag tegemoet met een prachtige zonsopgang. En wat gaat het lekker.

I’ll rise up, in spite of the ache

Zondag 20 mei. De tweede etappe zit erop. We komen aan in Bosel, maar worden wakker in Kluse. De zon schijnt fel als ik uit de touringcar waggel. Waar ben ik? En wat is het hier druk met teams! We zijn op een brandweerkazerne en overal liggen er teams te slapen op veldbedden, wordt er gekookt en gemasseerd. Ook hier kunnen we douchen en omdat ik door de hitte in de bus niet kon slapen, besloot ik hier maar wel de moeite te nemen om te douchen. Ik eet niet zoveel hier. We rijden naar het wisselpunt. Het is inmiddels midden op de dag en bloedheet. Even geen energie om te dansen op de beats van Tsunami, inmiddels ons teamlied. We wisselen van Team en starten onze etappe richting Holsloot. Een bijzonder moment als we tijdens deze etappe de grens met Nederland passeren. In ons hoofd zijn we er al bijna… Mijn been is inmiddels getapet en dat helpt goed. Samen met achterfietser Paul spreek ik af om niet te hard te lopen, 5.30-5.40 is snel genoeg en hij roept me regelmatig toe om wat langzamer te lopen. Wat ben ik blij dat hij steeds naast me fietst. In Drenthe is iedereen die we tegenkomen enthousiast, we verstaan er niets van, maar de blijheid van iedereen is zo fijn. In Holsloot staat een heerlijke andijviestamppot op ons te wachten. Wat smaakt dit goed zeg. Het slapen wil nog niet goed lukken en als ik een paar uur later in Almelo mijn hoofd uit de deur van de bus steek wordt het me allemaal te veel. ‘Gister’ was ik bijna thuis en nu ben ik  pas op de helft. DE HELFT! Hoe dan? Mijn knie doet zeer en de wc is een paar honderd meter te ver weg. De eerste huilbui dient zich aan. Fuck! De helft pas. Hoe ga ik nog 30 km lopen…

Maar Almelo is een groot feest en ondanks de pijn en de moeheid dansen en lopen en genieten we verder. Het is nacht. De hele etappe is het nacht. Om klokslag 12 uur zingen we luidkeels een liedje voor Cries. Daar ergens op een landweggetje in de buurt van Markelo begint zijn verjaardag. De sterren stralen aan de hemel, maar het is de zwaarste etappe tot nu toe. We stoempen door de nacht. Het is stil op de fietsen en stil in het busje. De enige die als een speer gaat is Moon, met haar snelste kilometers. Zelfs de door kaarslicht verlichte kilometers in Zutphen brengen niet het vuur en bij het wisselpunt in Hoven willen we alleen maar slapen. We slaan voor het eerst de massage en het eten over.

Maandag 21 mei. Drie uur later schrik ik wakker van Bettine’s stem. Vol energie stap ik uit de bus. Ik mag zo starten in Ede. Mijn moment. Ik eet een croissantje en een banaan en knuffel wat met koeien. Ja die staan daar. En ik prop nog net een half broodje pindakaas naar binnen. Mede dankzij de aanwezigheid van vrienden en loopmaatjes Chiel en Henny is de wissel in Ede top. Ze lopen nog met elk teamlid een kilometer mee en in Bennekom zeggen we gedag. Met recht een Oase op de Veluwe. Bij Wageningen gaat langzaam het lampje uit bij mij. Letterlijk. Ik voel me licht in mijn hoofd en krijg last van koud zweet. Ik sla een rondje over en met wat soep en frisse lucht hoop ik dat het snel beter wordt. Wat ben ik hier blij met kleine Kim, mijn lieve dinnetje achter het stuur. Ik besluit mee te fietsen en even later weer mee te lopen. Op de parkeerplaats van het Rivierenland ziekenhuis in Tiel stroomt alle energie mijn lijf weer in. Door vrijwilligers krijg ik een medaille omgehangen met ‘goed gedaan’. Einde zeuren nu denk ik. Dit gaat niet om mij, dit gaat om hen. Vol goede moed ga ik verder.

I’ll rise up, and I’ll do it a thousand times again

Beesd. Nasi en kroepoek, een mislukte douche en een korte slaperige rit naar Alblasserdam. Daar op die parkeerplaats merk ik iets van desoriëntatie. We moeten van alles. Spullen voor na de finish. Paspoort voor kazerne. Spullen in de aanhanger, spullen in het kleine busje. Ik heb Michiel nodig om me stapsgewijs uit te leggen wat ik moet doen. We rijden naar het wisselpunt, weer een parkeerplaats. Het regent hier pluizen. Zachte witte bloed irritante pluizen. De laatste etappe. Nog 22 kilometer fietsen en 3 kilometer lopen. Dit kan ik. Ik kan dit! Het andere team komt aan en moet eigenlijk meteen schakelen naar de volgende etappe, want samen gaan we verder.

Het is een groot feest onderweg. Iedereen klapt, moedigt aan. Het stopt niet. De kippenvel ook niet. Die laatste kilometers zijn zo voorbij. Ineens is daar die tijdfinish bij de Willemsbrug. Precies 48 uur na de start in Hamburg. We parkeren de fietsen en lopen in een grote stoet van teams over de brug naar de kubuswoningen. Het gaat langzaam, ik smacht naar de finish. Ons team is weer compleet en eindelijk lopen we de Binnenrotte op. In de verte zie ik de finishboog, dichtbij twee heel bekende gezichten. Ik ren op ze af en knuffel mijn ouders. Tranen over mijn wangen. Ik heb het gewoon gedaan! We feesten door en als team lopen we onder de boog door. 562 kilometer. 48 uur. We hebben het gewoon gedaan!

 

Een biertje, een foto, een medaille en dik € 20.000 voor mensen met kanker en hun dierbaren.

And I’ll rise up
I’ll rise like the day
I’ll rise up
I’ll rise unafraid
I’ll rise up
And I’ll do it a thousand times again
And I’ll rise up
High like the waves
I’ll rise up
In spite of the ache
I’ll rise up

And I’ll do it a thousand times again

For you

(Andra Day)

 

xxx Corine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *